RustigOpen de app
Beoogd in werking 1 juli 2026 · geen juridisch advies · controleer rijksoverheid.nl

Rechtsvermoeden arbeidsrelatie zzp 2026: wat is de €38-grens?

Wetsvoorstel 36.783 introduceert een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst voor zzp'ers die minder dan €38 per uur verdienen. Als opdrachtgever of zzp'er onder die drempel zit, wordt vermoed dat er een dienstbetrekking bestaat — tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. De wet is beoogd in werking per 1 juli 2026, nadat de Eerste Kamer wetsvoorstel 36.783 op 16 juni 2026 aannam.

Bijgewerkt:

Wat is het rechtsvermoeden arbeidsrelatie?

Het rechtsvermoeden arbeidsrelatie houdt in dat een zzp'er die minder dan indicatief €38 per uur ontvangt, wettelijk wordt vermoed een werknemer te zijn (beoogd art. 7:610aa BW). De bewijslast ligt dan bij de opdrachtgever of de zzp'er om aan te tonen dat er desondanks sprake is van echte zelfstandigheid. Het vermoeden werkt in twee richtingen: ook de werker zelf kan een beroep op doen om arbeidsrechtelijke bescherming te claimen.

Wetsvoorstel 36.783 is op 16 juni 2026 aangenomen door de Eerste Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026, na Staatsblad-publicatie. Het Herstel- en Veerkrachtplan vereist in ieder geval inwerkingtreding vóór 31 augustus 2026. Controleer rijksoverheid.nl voor de definitieve datum.

Het rechtsvermoeden is een aanvulling op de bestaande handhaving. De Belastingdienst handhaaft schijnzelfstandigheid al actief siden 1 januari 2025 (moratorium opgeheven). Het rechtsvermoeden voegt een civielrechtelijk instrument toe: de werker zelf kan het inroepen bij de kantonrechter om arbeidsrechtelijke bescherming te eisen.

Hoe werkt de €38-drempel?

De drempel is indicatief €38 per uur (exact ca. €37,07 op basis van het wettelijk minimumloon per 1 januari 2026). De berekening volgt een vaste formule: twee maal het bruto uurloon dat voortvloeit uit het WML, gedeeld door de normatieve uren. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met het WML — controleer rijksoverheid.nl voor het actuele drempelbedrag.

Het gaat om het bruto uurtarief exclusief btw. Onkostenvergoedingen voor zakelijke kosten (reiskosten, materiaalkosten) die je als zzp'er doorbelast tellen in principe niet mee voor het drempelbedrag, zolang ze aantoonbaar kostendekkend zijn. Hanteer je als zzp'er een gecombineerd tarief dat moeilijk te splitsen is, bewaar dan de onderbouwing in je administratie (bewaarplicht art. 52 AWR, 7 jaar).

De drempel werkt als een hard getal: €38 of hoger = rechtsvermoeden niet van toepassing. Dat betekent niet dat tarieven boven €38 automatisch veilig zijn: ook bij hogere tarieven kan de Belastingdienst een arbeidsrelatie aannemen op basis van de feitelijke samenwerking (gezag, persoonlijk werk, loon). Het rechtsvermoeden is een extra toets, geen vervanging van de bestaande criteria.

Gevolgen voor opdrachtgevers

Een opdrachtgever die een zzp'er inzet onder de €38-drempel loopt het risico dat het vermoeden van werkgeverschap niet weerlegd kan worden. Wordt het vermoeden bevestigd door de kantonrechter of Belastingdienst, dan kan dat leiden tot naheffing loonheffingen (inclusief werkgeverslasten) over de gehele periode dat de opdracht liep, plus eventuele vergrijpboetes bij verwijtbaarheid.

Opdrachtgevers kunnen het rechtsvermoeden weerleggen door de volgende feiten aannemelijk te maken: de zzp'er werkt voor meerdere opdrachtgevers, gebruikt eigen materiaal, loopt eigen debiteurenrisico, is vervangbaar (mag iemand anders sturen), ontvangt geen instructies over hóe het werk verricht moet worden, en heeft ondernemerskenmerken (KvK-inschrijving, btw-aangifte, eigen aansprakelijkheidsverzekering).

Praktisch advies: leg de feitelijke samenwerking schriftelijk vast in de overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW) met expliciete bepalingen over vervangbaarheid, gezag en eigenrisico. Een modelovereenkomst van de Belastingdienst is een startpunt, maar de feitelijke uitvoering is doorslaggevend — niet het papier.

Hoe weerleg je het rechtsvermoeden als zzp'er?

Als zzp'er die minder dan €38 per uur verdient, kun je het rechtsvermoeden ook zelf weerleggen om te voorkomen dat een opdrachtgever arbeidsrechtelijke verplichtingen claimen. Dat doe je door dezelfde indicatoren aannemelijk te maken als de opdrachtgever: meerdere klanten, eigen risico, geen gezag over de werkwijze, vervangbaarheid en zichtbaar ondernemerschap.

Concrete stappen om je positie te onderbouwen:

  • Werk voor ten minste twee of drie opdrachtgevers tegelijkertijd of in wisselende periodes
  • Factuur met btw per opdracht — geen loonstrook of vaste maandelijkse betaling
  • Draag eigen aansprakelijkheid voor fouten (eventueel gedekt via een beroepsaansprakelijkheidsverzekering)
  • Gebruik eigen laptop, software of gereedschap voor de opdracht
  • Neem zelf beslissingen over werktijden, werkwijze en planning
  • Houd een urenregistratie bij die aansluit op het urencriterium (1.225 uur, art. 3.6 IB 2001)

Het rechtsvermoeden is weerlegbaar — het is geen automatische reclassificatie. Houd de feitelijke documentatie bij in je administratie (bewaarplicht 7 jaar art. 52 AWR).

Wat is er niet veranderd: WZOP en Zelfstandigenwet

Het rechtsvermoeden (wetsvoorstel 36.783) is het enige deel van de oorspronkelijke VBAR-plannen dat is aangenomen. Het verduidelijkingsdeel — een wettelijk kader voor de beoordeling van arbeidsrelaties (ook wel WZOP-toets genoemd) — werd door het kabinet op 6 maart 2026 losgelaten. Die verduidelijking van wanneer iemand zelfstandig is en wanneer werknemer, is dus géén onderdeel van wetsvoorstel 36.783.

Voor de bredere verduidelijking van arbeidsrelaties is een apart initiatiefwetsvoorstel in ontwikkeling: de Zelfstandigenwet, aangedreven door Kamerlid Aartsen (VVD) met steun van D66, CDA en SGP. Dit wetsvoorstel is op datum van schrijven (2 juli 2026) nog niet aangenomen. Controleer rijksoverheid.nl voor de actuele status.

In de praktijk betekent dit dat de beoordeling van arbeidsrelaties nog steeds verloopt via de bestaande criteria: gezag, persoonlijk werk en loon (art. 7:610 BW), aangevuld met de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA) van de Belastingdienst als hulpmiddel. Het rechtsvermoeden voegt een tariefsdrempel toe als extra signaalmechanisme — niet een volledig nieuwe toets.

Veelgestelde vragen

Wat is het rechtsvermoeden arbeidsrelatie voor zzp'ers?

Het rechtsvermoeden arbeidsrelatie houdt in dat wanneer een zzp'er een uurtarief van minder dan indicatief €38 ontvangt, de wet vermoedt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst (art. 7:610aa BW, wetsvoorstel 36.783). De opdrachtgever of zzp'er kan dit vermoeden weerleggen door aannemelijk te maken dat er toch sprake is van echte zelfstandigheid. Het vermoeden is beoogd in werking per 1 juli 2026 (controleer rijksoverheid.nl voor de definitieve datum na Staatsblad-publicatie).

Wat is de exacte €38-grens en hoe is die berekend?

De drempel is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (WML) en bedraagt indicatief €38 per uur (op basis van het WML per 1 januari 2026; exact ca. €37,07). De berekening volgt een vaste formule: twee keer het bruto uurloon dat voortvloeit uit het minimumloon gedeeld door normatieve uren. Het bedrag wordt jaarlijks geindexeerd met het WML en kan dus stijgen. Controleer rijksoverheid.nl voor het actuele drempelbedrag.

Geldt het rechtsvermoeden voor alle zzp'ers?

Het rechtsvermoeden geldt voor alle natuurlijke personen die arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW) en daarvoor minder dan de drempel (€38/uur) ontvangen. Het gaat om het bruto uurtarief exclusief btw. Zzp'ers die een tarief boven de drempel hanteren, vallen er niet onder. Zowel zzp'er als opdrachtgever kunnen het vermoeden weerleggen.

Wat moet een opdrachtgever doen bij een zzp'er onder €38 per uur?

Een opdrachtgever die een zzp'er inzet onder de drempel heeft een verhoogd risico op reclassificatie als werkgever. Dat brengt potentieel naheffing loonheffingen mee voor de periode dat de opdracht liep, plus mogelijk vergrijpboetes bij verwijtbaarheid. De opdrachtgever kan het rechtsvermoeden weerleggen door te documenteren dat er geen gezagsverhouding is, dat de zzp'er meerdere opdrachtgevers heeft, eigen materiaal gebruikt, eigen risico loopt en vervangbaar is.

Hoe weerleg ik het rechtsvermoeden als zzp'er?

Zowel de zzp'er als de opdrachtgever kan het rechtsvermoeden weerleggen. Relevante indicatoren: meerdere opdrachtgevers (spreiding), eigen materiaal en gereedschap, eigen aansprakelijkheid en risico, geen vaste werktijden of instructies over HOE het werk gedaan moet worden, vervangbaarheid (recht om iemand anders te sturen), en ondernemerskenmerken (KvK, btw-plicht, eigen marketing). Een schriftelijk contract dat deze elementen vastlegt is een startpunt, maar de feitelijke uitvoering telt meer dan het papier.

Wat is het verschil tussen het rechtsvermoeden en de WZOP / Zelfstandigenwet?

Het rechtsvermoeden (wetsvoorstel 36.783, beoogd art. 7:610aa BW) is het enige deel van de oorspronkelijke VBAR dat is aangenomen. Het verduidelijkingsdeel (WZOP-toets voor de beoordeling van arbeidsrelaties) werd door het kabinet op 6 maart 2026 losgelaten. De bredere verduidelijking van arbeidsrelaties wordt nu via een aparte Zelfstandigenwet (initiatiefwetsvoorstel Aartsen, D66/CDA/SGP) nagestreefd. Die wet is nog niet aangenomen. Controleer rijksoverheid.nl voor de actuele status van beide trajecten.

Gerelateerde artikelen

Verdien jij boven de €38-drempel?
Rustig berekent per factuur exact hoeveel je opzij zet voor BTW en inkomstenbelasting — en laat zien wat je netto overhoudt bij elk uurtarief.
Probeer Rustig — tijdelijk gratis →